Bubbel in waardering én bewijsvoering?
World Online was rond 2000 het schoolvoorbeeld van een belangrijk onderscheid: 
“Deze technologie gaat de wereld veranderen” is iets heel anders dan “deze specifieke onderneming is nu al miljarden waard.”
Bij de beursgang werd World Online gewaardeerd op ongeveer €12 miljard, ondanks een relatief beperkte omzet en grote verliezen. De hype, de groeiverwachtingen en het verhaal van de “nieuwe economie” wogen zwaarder dan wat beleggers op dat moment daadwerkelijk uit de cijfers konden afleiden. En daar ligt een interessante parallel met AI.
1. De technologie kan revolutionair zijn — en de waardering absurd!
Het verhaal over internet was geen fraude. Het heeft de samenleving en de economie daadwerkelijk veranderd.
Hetzelfde geldt wellicht voor AI. Het is te makkelijk om AI af te doen als een hype in de betekenis van: “het werkt niet want AI werkt wél”. De technologie ontwikkelt zich razendsnel en verandert grote delen van de samenleving en de economie.
Maar dat zegt eigenlijk nog niets over de waarde van een individueel AI-bedrijf.
Een technologische revolutie en een financiële bubbel kunnen namelijk prima naast elkaar bestaan.
2. De economische waarde wordt vooruit ingeprijsd
Bij World Online werd een geprojecteerde waarde al grotendeels in de koers verdisconteerd.
Bij AI zien we een vergelijkbare redeneringen:
AI verhoogt de productiviteit
→ bedrijven gaan AI massaal gebruiken
→ het gebruik groeit explosief
→ AI-leveranciers creëren enorme economische waarde
→ dus AI-leveranciers zijn extreem veel waard.
Het probleem: iedere pijl in deze redenering is een afzonderlijke causale aanname.
Dat AI productiever maakt, betekent nog niet automatisch dat die productiviteit terechtkomt bij de leverancier van het AI-model. Een deel kan naar klanten gaan. Een deel naar werknemers. Een deel naar lagere prijzen. En een deel kan uiteindelijk helemaal verdwijnen doordat AI zelf een commodity wordt.
De cruciale vraag is daarom niet alleen: Hoe groot wordt de AI-economie? Maar vooral: Hoeveel van die economische waarde blijft uiteindelijk hangen bij deze specifieke onderneming?
3. Dan ontstaat een tweede bubbel: die van de bewijsvoering
Stel een AI-bedrijf zegt: “Wij hebben miljarden aan incrementele economische waarde gecreëerd.” Of: “Onze klanten zijn dankzij AI 40% productiever geworden.”
Dan is de belangrijkste vraag niet alleen óf die cijfers kloppen maar of een onafhankelijke partij dezelfde causaliteit vast kan stellen.
Want als de leverancier zelf bepaalt welke data worden gebruikt, welke periode wordt vergeleken en welke productiviteitswinst aan AI wordt toegeschreven, ontstaat een merkwaardige situatie. Wc-eend adviseert Wc-eend
De partij die het verhaal verkoopt, beschikt óók over een informatievoorsprong over het bewijs voor dat verhaal. En zo kan een nieuwe vorm van bubbelvorming ontstaan.
Niet alleen in de waardering, maar ook in de bewijsvoering.
De les van World Online
World Online verkocht indertijd toegang tot een toekomst die inderdaad enorm bleek te zijn.
Het internet werd gigantisch, maar World Online werd dat bepaald niet.
Dat onderscheid is essentieel. De dotcom-crash bewees niet dat het internet een slechte technologie was. Integendeel: de technologie bleek uiteindelijk veel belangrijker dan de meeste beleggers in 2000 konden vermoeden.
Wat de bubbel wél liet zien, was dat een juiste voorspelling over de technologie nog geen juiste voorspelling over de winnaar is.
De economische waarde van het internet kwam uiteindelijk bij andere bedrijven, andere businessmodellen en andere schakels in de keten terecht.
En dat is precies de vraag bij AI
AI-bedrijven verkopen toegang tot een toekomst waarin vrijwel alles slimmer, sneller en productiever kan worden.
Maar hoeveel van die toekomstige productiviteit komt daadwerkelijk terecht bij Anthropic, Meta, OpenAI of een andere individuele leverancier?
En hoeveel wordt uiteindelijk gewoon een commodity?
Misschien is dat wel de kern van de huidige AI-discussie.
De vraag is niet of AI een technologische revolutie is. De vraag is of een deze technologische revolutie tegelijkertijd een financiële bubbel kan zijn.
Juist wanneer de technologie écht revolutionair is, kan de bubbel extra gevaarlijk worden. Het verhaal hoeft dan immers niet helemaal verzonnen te zijn. Het hoeft alleen maar te veel toekomstige waarde, te vroeg, aan de verkeerde organisaties toe te schrijven.
En wanneer die toekomstige waarde moeilijk onafhankelijk meetbaar is, wordt het nog lastiger.
Technologische belofte + asymmetrische informatie + moeilijk verifieerbare ROI + extreem toekomstoptimisme = een waardering die bijzonder bubbelgevoelig wordt.
De grootste fout zou dan zijn om te denken: “Omdat AI echt is, kan er geen AI-bubbel zijn.”
De geschiedenis van het internet laat zien dat juist die twee dingen uitstekend naast elkaar kunnen bestaan.
Dus: voorzichtigheid is geboden
Dat betekent dus niet dat je AI moet vermijden.
Het betekent ook niet dat AI een hype is en uiteindelijk niets zal blijken voor te stellen. Integendeel: AI kan een van de belangrijkste technologische revoluties van deze eeuw zijn én tegelijkertijd aanleiding geven tot een financiële bubbel.
Juist daarom is voorzichtigheid geboden.
De relevante vraag voor beleggers is niet: “Gaat AI de wereld veranderen?” Waarschijnlijk wel.
Maar, de vraag is: “Hoeveel van die toekomstige economische waarde zit al in de huidige waardering — en hoeveel daarvan komt daadwerkelijk bij deze onderneming terecht?”
Daarbij komt een tweede vraag: “Kunnen we de beloofde productiviteits- en economische waarde onafhankelijk vaststellen, of vertrouwen we steeds meer op cijfers en causaliteitsclaims van de partijen die zelf het meeste belang hebben bij dit verhaal?”
Dat onderscheid is cruciaal, want bij een technologische revolutie kan de technologie gelijk krijgen en de belegger ongelijk.
Het internet veranderde de wereld. Dat maakte World Online nog geen goede investering tegen elke prijs.
AI kan de economie ingrijpend veranderen. Dat maakt iedere AI-onderneming nog geen goede investering tegen iedere waardering.
De grootste les uit de dotcomperiode is daarom misschien niet dat beleggers technologiehypes moeten vermijden, maar dat ze technologie en waardering uit elkaar moeten houden.
Broncontext: de ECB waarschuwde in augustus 2026 dat AI-gerelateerde waarderingen sterk zijn opgelopen en dat een correctie ook kan optreden wanneer huidige waarderingen rationeel zijn. De ECB benadrukt tegelijk dat AI daadwerkelijk transformeert, maar dat de timing, omvang en verdeling van productiviteitswinsten nog onzeker zijn. Zie ECB, “The AI boom: rational enthusiasm or the next dot-com bubble?”, 17 augustus 2026.