Het Westen creëerde de eigen kwetsbaarheid

Het Westen creëerde de eigen kwetsbaarheid

Grondstoffen, geopolitiek en de luxe van het wegkijken

In de jaren negentig had Europa nog raffinagecapaciteit voor zeldzame aardmetalen. Niet veel, maar genoeg om niet volledig afhankelijk te zijn. We bouwden die capaciteit af — te duur, te vervuilend, de markt regelt het volgens het principe van het neoliberalisme zelf wel.

China dacht en denkt anders. Niet alleen de winning van kobalt, lithium en zeldzame aardmetalen werd daar geconcentreerd, maar vooral de verwerking ervan. Wie raffineert, controleert de keten. Dat inzicht hebben wij dertig jaar geleden laten liggen.

Dat sluit aan op de lijn van China van een vreedzame hereniging met Taiwan. Liever geen schot lossen maar wel via druk van de economie, desinformatie, diplomatieke isolatie en militaire machtsvertoon. In lijn met Sun Tzu (“overwinnen zonder veldslag”). Dit sluit aan bij Sun Tzu’s Art of War: de hoogste vorm van overwinning is die zonder veldslag.

Vandaag beheerst China zo’n 90 procent van de wereldwijde raffinagecapaciteit voor zeldzame aardmetalen, en meer dan 70 procent voor kobalt [1][2]. Sinds begin 2023 heeft het land daarnaast meer dan 220 miljard dollar geïnvesteerd in de downstream-industrie — batterijen, elektrische auto’s, energienetten — bovenop zo’n 120 miljard dollar aan mijnbouwinvesteringen wereldwijd, met Afrika als een van de belangrijkste regio’s [3]. Nu wordt de rekening gepresenteerd. Niet met bommen, maar met geduld.

De herhaling die niemand benoemt

Rusland zette in 2022 gas in als drukmiddel. Europa schrok, paniekeerde en ontdekte hoe makkelijk een grootmacht een continent kan gijzelen zonder één schot te lossen. Dat was de generale repetitie.

China heeft hetzelfde instrument, maar breder. Niet onze verwarming — vrijwel alle elektronica. Smartphones, auto’s, windmolens, medische apparatuur, defensiesystemen. Inclusief, met enige ironie, de elektronica-componenten in de westerse wapens die ons tegen andere dreigingen zouden moeten beschermen. In 2025 liet Beijing zien dat dit geen theorie is: nieuwe exportvergunningen voor zeldzame aardmetalen troffen binnen weken de Amerikaanse en Europese industrie, tot en met productiestops bij autofabrikanten [4][5].

Het wapen hoeft niet eens gebruikt te worden. De dreiging alleen is al leverage. Waarom een conflict beginnen als je gewoon de kraan kunt dichtdraaien?

De verbanden die vaak gemist worden

Ondertussen voeren de Verenigde Staten een eigen, opmerkelijk inconsistente koers met de acties tegen olieproducerende landen als Venezuela en Iran

Amerikaanse beleidskringen framen de Iran-oorlog openlijk als een aanval op het Chinese netwerk van autocratische bondgenoten, na eerst Venezuela te hebben aangepakt was Iran ban de beurt. China verloor met Iran zijn tweede grote olieleverancier buiten het sanctieregime; meer dan een vijfde van de Chinese olie-import kwam uit gesanctioneerde bronnen (Venezuela + Iran). China was veruit de grootste afnemer van Venezolaanse ruwe olie, ter aflossing van ~62 miljard dollar aan schulden; door VS-ingrijpen loopt olie-export nu via de VS in plaats van via ontwijkroutes. De aanvallen worden gezien als gericht op het treffen van China’s toegang tot grondstoffen.
De impact voor China (HCSS) wordt als beperkt beschouwd omdat het land veel Russische olie heeft ingeslagen en voldoende voorraad heeft. Volgens de Geopolitical Monitor gaat het niet zozeer om een tekort maar om verlies van kortingen/marge op eerder goedkope Venezolaanse en Iraanse olie.
Die olie komt via omwegen alsnog op de wereldmarkt terecht, met China als een van de grootste afnemers. Washington speelt schaak met de verkeerde stukken, en Beijing kijkt toe.

Wat in het publieke debat ook zelden wordt samengebracht is de strijd om grondstoffen in Afrika, het zwijgen van westerse media over conflicten in Congo en elders, en de manier waarop diezelfde grondstoffen — coltan, kobalt — via China en lange ketens in onze broekzak belanden.

De cijfers over media-aandacht zijn ontnuchterend. Congo staat al jaren op de lijst van meest verwaarloosde crises, ondanks decennia van conflict en miljoenen doden [6][7]. Onderzoek naar de wereldwijde “Conflict Index” laat zien dat de oorlog in Oekraïne — hoezeer die ook terecht aandacht krijgt — qua media-aandacht ver voor conflicten als Congo, Soedan en Jemen ligt, terwijl die laatste vaak dodelijker zijn [8]. Volgens de Noorse Vluchtelingenraad werd de humanitaire nood in Congo vorig jaar voor minder dan de helft gefinancierd, terwijl de hulpoproep voor Oekraïne binnen één dag bijna volledig rond was [7]. Dat is geen toeval. Nabijheid bepaalt de mediahype, beeldmateriaal bepaalt zendtijd, en economisch belang bepaalt aandacht. Congo raakt het Westen niet direct — totdat het dat wél doet, via China, via de telefoon in je hand.

Oorlog, milieu en de selectieve verontwaardiging

Er is iets vreemds aan de hand met onze morele prioriteiten. We demonstreren — terecht — voor het klimaat, maar een grootschalige oorlog vernietigt in weken aan ecosystemen wat klimaatbeleid in jaren probeert op te bouwen. Verbrande infrastructuur, vervuilde bodems, ontwrichte landbouw: Oekraïne is nu al een milieuramp, naast een humanitaire. Die twee werelden — oorlog en milieu — worden zelden in één adem genoemd, terwijl ze onlosmakelijk verbonden zijn.

Vergelijk dat met de jaren zeventig, toen massale demonstraties tegen het militair-industrieel complex — een term die president Eisenhower zelf in 1961 muntte als waarschuwing — heel normaal waren. Die energie lijkt verdwenen, niet omdat mensen minder geven om vrede, maar omdat de dreiging abstracter is geworden. Oorlog is gedroneerd, geprofessionaliseerd, ver weg. Het brein beschermt zichzelf tegen voortdurende dreiging waar het toch geen invloed op lijkt te hebben — dat is geen onverschilligheid, het is cognitieve zelfbescherming. Begrijpelijk op individueel niveau, verlammend op collectief niveau.

De kernvraag

Misschien is de belangrijkste vraag niet hoe we mensen “wakker” krijgen, maar waarom een systeem dat zo zichtbaar kwetsbaar is — afhankelijk van één land voor de grondstoffen achter vrijwel alle moderne technologie — zo weinig urgentie oproept.

Het antwoord ligt waarschijnlijk in een onaangename combinatie: media die belangen braaf volgen in plaats van journalistiek bedrijven, politici die complexiteit liever vermijden dan uitleggen, en burgers die — heel menselijk — hun aandacht reserveren voor wat behapbaar voelt.

Dertig jaar geleden gaven we onze raffinagecapaciteit op omdat het goedkoper kon. Vandaag ontdekken we wat die keuze ons kost. De vraag is niet of we dat patroon herkennen — die analyse is inmiddels breed gedeeld onder kenners. De vraag is of we hem ooit doorbreken, of dat we wachten tot de volgende kraan dichtgaat.

Bronnen

  1. VanEck — Zeldzame aardmetalen in de schijnwerpers door strijd VS en China om aanbod
  2. Auréus — Zeldzame aardmetalen
  3. Business AM — China investeert 120 miljard dollar in wereldwijde mijnbouw
  4. P-Magazine — Handelsoorlog escaleert: China draait de kraan dicht van zeldzame aardmetalen
  5. Wereldbrand — Hoe China zeldzame aardmetalen inzet als strategisch wapen
  6. Inter Press Service — Tien meest vergeten crises spelen zich af in Afrika
  7. Scriptiebank — Vergeten Conflicten: een blinde vlek van Vlaamse media?
  8. VRT NWS — 1 op de 6 mensen leeft in conflictsituatie

De Nieuwe Wapenwedloop

Europa bewapent zich

Wie zich bewapent, bereidt zich voor op oorlog – wie vrede wil, moet zich ook op vrede voorbereiden.

Sinds 2009 heeft de Europese Unie een koers ingezet die haaks staat op haar grondbeginsel van het bevorderen van vrede. Het heeft een koers uitgezet om zichzelf stevig te vestigen als een wereldwijde militaire macht.

Met het Verdrag van Lissabon werd een juridische basis gelegd voor een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid. Daarmee begon een sluipende, maar doelgerichte militarisering van de EU. De retoriek veranderde, en met haar de realiteit: waar ooit samenwerking centraal stond, klinkt nu vooral het geluid van strategische paraatheid en militaire innovatie.

Deze transformatie voltrekt zich niet toevallig of uit louter noodzaak. Integendeel: er is sprake van een bewuste fasering in hoe de EU haar burgers meeneemt in een militaristische logica. Eerst werd dreiging geanalyseerd en gecommuniceerd. Vervolgens werd die dreiging zichtbaar en concreet gemaakt – denk aan de voortdurende aandacht voor instabiliteit in Rusland, Iran, Gaza, Oekraïne en de Zuid-Chinese Zee. In de laatste fase, waarin we ons nu bevinden, is angst een constante onderstroom in media en politiek. Dreiging is alomtegenwoordig, en de roep om meer wapens lijkt vanzelfsprekend geworden.

Wat onderbelicht blijft, is dat deze verschuiving mede gestuurd wordt door het Militair Industrieel Complex (MIC): een samenspel van politiek en wapenindustrie. Deze sector bloeit, nu andere delen van de economie haperen. Er worden miljarden vrijgemaakt via fondsen als het Europees Defensiefonds (EDF), dat van 2021 tot 2027 maar liefst €8 miljard investeert in onder meer autonome wapens, kunstmatige intelligentie en ‘ontwrichtende technologieën’. Dit zijn geen defensieve investeringen. Dit zijn middelen die oorlogsvoering fundamenteel veranderen – en meer verleggen van mensen naar machines.

De burger wordt intussen nauwelijks betrokken bij deze keuzes. Integendeel: angst wordt gemanaged, weerstand weggepoetst. Oorlog en incidenten in Oekraïne, Israël, Iran of Pakistan worden gepresenteerd als bewijs dat we ons niet kunnen veroorloven ‘naïef’ te zijn. En dus stemt het publiek in met een stijgende defensiebegroting, ook al hebben EU- en NAVO-landen vaak weinig directe betrokkenheid bij deze conflicten.

Neem de Russische invasie in Oekraïne. Die is zonder twijfel gewelddadig en onaanvaardbaar, maar hij is niet uit de lucht komen vallen. In 1990 beloofde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan Sovjetleider Gorbatsjov dat de NAVO zich “geen inch” oostwaarts zou uitbreiden. Uit in 2017 gepubliceerde documenten blijkt dat ook een hele reeks andere leiders dat hebben gedaan in die woelige maanden van begin 1990, maar de NAVO ontkent dit en geeft aan dat het in de gesprekken over Duitsland gingen hetgeen natuurlijk bizar lijkt. Toch zijn sindsdien bijna alle voormalige Oostbloklanden toegetreden. In 2008 trok de NAVO tijdens de bijeenkomst in Boekarest zelfs de lijn naar Georgië en Oekraïne. Poetin beschouwde dat als een rode lijn – een provocatie die nu tot oorlog heeft geleid. Begrip voor die geopolitieke context is geen goedkeuring van geweld, maar wel noodzakelijk voor een eerlijk debat.

Vandaag worden we massaal voorbereid op een ‘onvermijdelijke’ wapenwedloop. Trump gooit er nog een schep bovenop want hij gaat ervan uit dat de NAVO-landen met die 5% veel wapensystemen in de VS gaan kopen en zo de economie van de VS een impuls zullen geven. Internationale instituten zoals het Stockholm International Peace Research Institute bevestigen dat al: de wereldwijde defensie-uitgaven zijn hoger dan ooit. Rutte die 13 jaar bezuinigt heeft loopt nu Trump na te papegaaien. Ook Nederland loopt in de pas, zonder breed maatschappelijk debat.

Wie profiteert hiervan?

Het antwoord is pijnlijk eenvoudig. Politici versterken hun machtspositie in crisistijd. De wapenindustrie ziet recordwinsten en ook aandeelhouders profiteren. En de burger? Die betaalt – letterlijk en figuurlijk – de prijs.

De enige manier om dit patroon te doorbreken, is kritische reflectie op de keuzes die in onze naam worden gemaakt. Want als we veiligheid verwarren met bewapening, raken we uiteindelijk alles kwijt wat ons werkelijk veilig maakt: vertrouwen, openheid, diplomatie en vrede.