Europa bewapent zich
Wie zich bewapent, bereidt zich voor op oorlog – wie vrede wil, moet zich ook op vrede voorbereiden.
Sinds 2009 heeft de Europese Unie een koers ingezet die haaks staat op haar grondbeginsel van het bevorderen van vrede. Het heeft een koers uitgezet om zichzelf stevig te vestigen als een wereldwijde militaire macht.
Met het Verdrag van Lissabon werd een juridische basis gelegd voor een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid. Daarmee begon een sluipende, maar doelgerichte militarisering van de EU. De retoriek veranderde, en met haar de realiteit: waar ooit samenwerking centraal stond, klinkt nu vooral het geluid van strategische paraatheid en militaire innovatie.
Deze transformatie voltrekt zich niet toevallig of uit louter noodzaak. Integendeel: er is sprake van een bewuste fasering in hoe de EU haar burgers meeneemt in een militaristische logica. Eerst werd dreiging geanalyseerd en gecommuniceerd. Vervolgens werd die dreiging zichtbaar en concreet gemaakt – denk aan de voortdurende aandacht voor instabiliteit in Rusland, Iran, Gaza, Oekraïne en de Zuid-Chinese Zee. In de laatste fase, waarin we ons nu bevinden, is angst een constante onderstroom in media en politiek. Dreiging is alomtegenwoordig, en de roep om meer wapens lijkt vanzelfsprekend geworden.
Wat onderbelicht blijft, is dat deze verschuiving mede gestuurd wordt door het Militair Industrieel Complex (MIC): een samenspel van politiek en wapenindustrie. Deze sector bloeit, nu andere delen van de economie haperen. Er worden miljarden vrijgemaakt via fondsen als het Europees Defensiefonds (EDF), dat van 2021 tot 2027 maar liefst €8 miljard investeert in onder meer autonome wapens, kunstmatige intelligentie en ‘ontwrichtende technologieën’. Dit zijn geen defensieve investeringen. Dit zijn middelen die oorlogsvoering fundamenteel veranderen – en meer verleggen van mensen naar machines.
De burger wordt intussen nauwelijks betrokken bij deze keuzes. Integendeel: angst wordt gemanaged, weerstand weggepoetst. Oorlog en incidenten in Oekraïne, Israël, Iran of Pakistan worden gepresenteerd als bewijs dat we ons niet kunnen veroorloven ‘naïef’ te zijn. En dus stemt het publiek in met een stijgende defensiebegroting, ook al hebben EU- en NAVO-landen vaak weinig directe betrokkenheid bij deze conflicten.
Neem de Russische invasie in Oekraïne. Die is zonder twijfel gewelddadig en onaanvaardbaar, maar hij is niet uit de lucht komen vallen. In 1990 beloofde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan Sovjetleider Gorbatsjov dat de NAVO zich “geen inch” oostwaarts zou uitbreiden. Uit in 2017 gepubliceerde documenten blijkt dat ook een hele reeks andere leiders dat hebben gedaan in die woelige maanden van begin 1990, maar de NAVO ontkent dit en geeft aan dat het in de gesprekken over Duitsland gingen hetgeen natuurlijk bizar lijkt. Toch zijn sindsdien bijna alle voormalige Oostbloklanden toegetreden. In 2008 trok de NAVO tijdens de bijeenkomst in Boekarest zelfs de lijn naar Georgië en Oekraïne. Poetin beschouwde dat als een rode lijn – een provocatie die nu tot oorlog heeft geleid. Begrip voor die geopolitieke context is geen goedkeuring van geweld, maar wel noodzakelijk voor een eerlijk debat.
Vandaag worden we massaal voorbereid op een ‘onvermijdelijke’ wapenwedloop. Trump gooit er nog een schep bovenop want hij gaat ervan uit dat de NAVO-landen met die 5% veel wapensystemen in de VS gaan kopen en zo de economie van de VS een impuls zullen geven. Internationale instituten zoals het Stockholm International Peace Research Institute bevestigen dat al: de wereldwijde defensie-uitgaven zijn hoger dan ooit. Rutte die 13 jaar bezuinigt heeft loopt nu Trump na te papegaaien. Ook Nederland loopt in de pas, zonder breed maatschappelijk debat.
Wie profiteert hiervan?
Het antwoord is pijnlijk eenvoudig. Politici versterken hun machtspositie in crisistijd. De wapenindustrie ziet recordwinsten en ook aandeelhouders profiteren. En de burger? Die betaalt – letterlijk en figuurlijk – de prijs.
De enige manier om dit patroon te doorbreken, is kritische reflectie op de keuzes die in onze naam worden gemaakt. Want als we veiligheid verwarren met bewapening, raken we uiteindelijk alles kwijt wat ons werkelijk veilig maakt: vertrouwen, openheid, diplomatie en vrede.